Rechtskeuze in een overeenkomst

In commerciële contractonderhandelingen tussen internationale partijen is rechtskeuze vaak een ondergeschoven kindje. Het betreft immers niet de kern van het contract en zal ook niet snel door een partij als ‘deal breaker’ worden gezien. Toch is dit een belangrijk onderwerp om bij stil te staan, en niet zonder meer direct toe te geven aan de wens van de onderhandelingspartij om het recht van zijn land toe te passen. Er zijn kortweg drie mogelijkheden bij het maken van een rechtskeuze in een overeenkomst: (1) het recht van het land van de één of de ander, (2) een keuze voor ‘neutraal’ recht, (3) geen rechtskeuze. Dit laatste is in de regel eerder een ‘oversight’ van partijen dan een bewuste keuze.

Bij de afweging om te kiezen voor het recht van een bepaald recht spelen elementen van taal, toegankelijkheid en inhoud een rol moeten spelen.

Taal en toegankelijkheid

De meeste internationale commerciële contracten worden in de Engelse taal gesloten. In de regel is dat immers een taal die beide partijen goed beheersen en kunnen begrijpen. Het is logisch dat hetzelfde zou moeten gelden voor het op de overeenkomst toepasselijke recht. Immers, beide partijen (dan wel hun juridisch adviseurs) moeten kunnen begrijpen wat hun rechten en plichten zijn. Een keuze voor een nationaal recht van de ene of andere partij kan al snel een taalbarrière veroorzaken. Dit kan een reden zijn voor partijen om te kiezen voor toepasselijkheid van een neutraal recht bijvoorbeeld het recht van Engeland en Wales of andere Engelstalige landen. Die wetten zijn in de regel voor beide partijen leesbaar en toegankelijk. Ook Zwitsers recht is een populaire neutrale keuze, nu dit ook in de Engels taal goed toegankelijk is.

Inhoud

Een andere niet onbelangrijke overweging is de inhoud van een bepaald recht. Nu worden binnen het (internationale) contractenrecht de belangrijkste onderwerpen binnen het contract geregeld, maar er kunnen wat haken en ogen aan zitten. Als het gekozen recht veel ‘dwingend recht’ bevat (waarvan men niet mag afwijken), kan dit zomaar betekenen dat van (delen van) de tekst van de overeenkomst niet gelden.

Zo kennen we in het Nederlandse recht de zogenaamde ‘Haviltex-formule’ waarbij de bedoeling van partijen bij het sluiten van de overeenkomst voorop staat en niet zozeer de (letterlijke) tekst van de overeenkomst. Het bewijs van de partijbedoeling kan geleverd worden met, onder andere, alle precontractuele communicaties. Dit staat lijnrecht tegenover de ‘Parole evidence rule’ uit het ‘common law’ van de meeste Angelsaksische landen, welke regel onder meer inhoudt dat juist geen beroep gedaan kan worden op deze precontractuele communicaties. De tekst van de overeenkomst dient als bewijs onder toepassing van deze regel. De welbekende ‘entire agreement’ clausule is daar een uitvloeisel van.

Een ander belangrijk verschil is te vinden het overeenkomen van ‘boetes’. Waar dit onder bijvoorbeeld Frans of Pools recht heel normaal wordt gevonden, evenals onder Nederlands recht, is dit onder het recht van Engeland (en andere common law jurisdicties) in strijd met de openbare orde zijn. Dit kan onder het Engelse recht niet gehandhaafd worden.

Zo zijn er nog veel meer verschillen. Hoewel je je niet helemaal kan verdiepen in een ‘vreemd’ recht, is ruime ervaring met en bekendheid met de grote verschillen geen overbodige luxe.

Geen rechtskeuze

Het is niet raadzaam geen rechtskeuze te maken. Dan is de kans namelijk groot dat elke partij de overeenkomst interpreteert door de bril van zijn eigen recht, waardoor geschillen gemakkelijker zullen ontstaan.

Wanneer geen keuze gemaakt wordt voor de toepasselijkheid van een bepaald recht, wordt – in het geval van een geschil – terug gevallen op de (verwijzings)regels van internationaal privaatrecht. De rechter zal deze toepassen om te komen tot het objectief toepasselijke recht, dit zal dan in de regel het recht van het land van de ene of de andere partij zijn. Of een derde land indien zou moeten worden aangeknoopt bij bijvoorbeeld de plaats van uitvoering.

Je ziet ook partijen die een alternatieve keuze willen maken door bijvoorbeeld te bepalen dat het contract beheerst wordt door Europees recht. Dergelijke bepaling is echter onvoldoende specifiek om daadwerkelijk als rechtskeuze aangemerkt te worden en bevat geen stelsel van verbintenissenrecht. Bepalingen als “de partij die het geding initieert kan kiezen welk recht van toepassing zal zijn op het contract”, zijn ook ten zeerste af te raden. Dat zou kunnen leiden tot een ‘race tot he courthouse’. Zulk artikel is ook erg onlogisch. Immers het gaat om het recht van toepassing op de totstandkoming en uitvoering van een contract, het zou vreemd zijn dat pas achteraf te kiezen. Eén van de belangrijkste functies van een contract is een basis te vormen voor het bepalen van de rechten en verplichtingen van partijen.

Het op de overeenkomst toepasselijke recht is aldus een onderdeel van de overeenkomst dat niet over het hoofd gezien mag worden.

Slotvraag?

Maar betekent de keuze voor het recht van een bepaald land ook dat een eventueel geschil in dat land moet worden beslecht? Nee, dat onderdeel betreft de forumkeuze en zal ik in mijn volgende blog behandelen.

Voor vragen of meer informatie over dit onderwerp neem gerust contact op via e-mail lengyel@conway-partners.com

Disclaimer

De informatie in dit artikel is uitsluitend bedoeld als algemene informatie. Hieraan kunnen derhalve geen rechten worden ontleend.

Menu
Font veranderen
Contrast